ECLI:NL:GHAMS:2019:2083
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding met toedeling woningen en schulden
Partijen zijn in 1983 gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn in december 2018 gescheiden. De huwelijksgoederengemeenschap werd op 3 juli 2017 ontbonden bij het verzoek tot echtscheiding. De rechtbank had de verdeling van de gemeenschap afgewezen wegens onduidelijkheid over de omvang van de boedel en schulden.
De man is in hoger beroep gekomen en verzocht alsnog de verdeling vast te stellen. De vrouw is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. Het hof stelde vast dat de man voldoende heeft onderbouwd welke goederen en schulden tot de gemeenschap behoren.
De voormalige echtelijke woning in Nederland werd verkocht met een overwaarde die gelijk werd verdeeld. De woning in Benin werd toegekend aan de vrouw onder de verplichting tot betaling van de helft van de waarde aan de man. Inboedelgoederen werden grotendeels aan de vrouw toegewezen met een kleine vergoeding aan de man. De Toyota in Benin werd aan de vrouw toegewezen met een betalingsverplichting aan de man, terwijl de Peugeot 404 aan de man werd toegekend met een betalingsverplichting aan de vrouw.
De aandelen in de lampenonderneming in Benin werden aan de vrouw toegekend zonder betalingsverplichting. Schulden aan de consul van Benin, Avero en ING werden ieder voor de helft toegerekend. De kosten van het geding werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof stelde de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vast met gelijke toedeling van overwaarde, woningen, auto's, aandelen en schulden.