Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[X] ,
1.Het geding in hoger beroep
- memorie van grieven;
- memorie van antwoord, met producties.
2.De feiten
3.De beoordeling
is dat de maandelijks verschuldigde huurprijs na opzegging van de huurovereenkomst zou worden verminderd met een derde, steeds zodra [X] , [geïntimeerde sub 2] , dan wel [geïntimeerde sub 3] niet meer in de woning woonachtig zouden zijn. Het standpunt van [appellant] dat bij het einde van de huurovereenkomst een huurachterstand aanwezig is omdat tot en met november 2015 niet steeds € 1.950,-- aan huur is betaald, kan niet worden gevolgd.”
grief 2betoogt [appellant] dat de kantonrechter hem ten onrechte heeft veroordeeld in de proceskosten. De grief faalt. Uit de beoordeling van grief 1 volgt dat de kantonrechter de vorderingen van [appellant] terecht heeft afgewezen. Om die reden is [appellant] , als de in het ongelijk gestelde partij, evenzeer terecht in de proceskosten van de eerste aanleg verwezen.