ECLI:NL:GHAMS:2019:2287
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak bedreiging wegens onvoldoende bewijs en tijdsverloop aangifte
In deze strafzaak stond verdachte terecht wegens bedreiging met woorden die inhielden dat hij het slachtoffer zou vermoorden of neerschieten. De bedreiging zou hebben plaatsgevonden rond 23 juli 2016 in Amsterdam. De aangifte werd echter pas ruim twee maanden na het vermeende incident gedaan.
De aangever gaf aan dat een recent incident met de verdachte hem alsnog deed besluiten aangifte te doen van de bedreiging. Een getuige, een vriend van de aangever, werd pas meer dan twee maanden na de aangifte gehoord. De verdachte ontkende zowel het uiten van de bedreiging als het recente incident dat aanleiding zou zijn geweest voor de late aangifte.
Het hof oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte de bedreiging had geuit. Ook was niet aannemelijk dat de aangever maanden later alsnog de gevreesde levensbedreiging of zwaar lichamelijk letsel door verdachte vreesde. Daarom werd het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken.
De eerder uitgevaardigde strafbeschikking werd eveneens vernietigd. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 23 mei 2019.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van bedreiging.