ECLI:NL:GHAMS:2019:2295
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard wegens onzekerheid prejudiciële vraag over artikel 197 Sr
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het Gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd en het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de verdachte wegens verblijf als ongewenst vreemdeling in Nederland.
De zaak draaide om de toepassing van artikel 197 van Pro het Wetboek van Strafrecht, waarbij de Hoge Raad prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft gesteld over de reikwijdte van deze strafbepaling. De beantwoording van deze vragen is essentieel voor de beoordeling van de zaak, maar het hof acht het niet waarschijnlijk dat het HvJ EU deze op korte termijn zal beantwoorden.
Gezien het aanzienlijke tijdsverloop sinds het tenlastegelegde feit en de relatief geringe ernst van het misdrijf, waarbij geen concrete slachtoffers zijn en de maximale straf zes maanden gevangenisstraf bedraagt, acht het hof het niet langer redelijk en zinvol om de vervolging voort te zetten.
De advocaat-generaal en de verdediging sloten zich aan bij dit standpunt. Daarom verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging, waarmee het vonnis van de politierechter werd vernietigd.
Deze beslissing weerspiegelt de afweging tussen de juridische onzekerheid, het belang van een spoedige rechtsgang en de ernst van het ten laste gelegde feit.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens het ontbreken van een strafrechtelijk belang en onzekerheid over de prejudiciële vraag.