ECLI:NL:GHAMS:2019:2301
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs van gezamenlijk geweldplegen
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam is verdachte beschuldigd van openlijke geweldpleging in vereniging op 9 november 2013 te Amsterdam. Hoewel uit het dossier en videobeelden blijkt dat verdachte geweldshandelingen heeft gepleegd, ontbraken voldoende aanwijzingen dat hij dit samen met anderen heeft gedaan zoals vereist onder artikel 47 Sr Pro.
De rechtbank had verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf, maar het hof vernietigde dit vonnis en sprak verdachte vrij. Het feit dat een van de andere betrokkenen een familielid van verdachte was, werd niet als bewijs van samenwerking aangemerkt.
De benadeelde partij had een schadevergoeding van €1.787,77 gevorderd, welke door de rechtbank was toegewezen. Het hof verklaarde deze vordering niet-ontvankelijk omdat verdachte niet schuldig werd bevonden aan het ten laste gelegde. Beide partijen dragen hun eigen kosten.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 23 mei 2019.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van gezamenlijk geweldplegen.