ECLI:NL:GHAMS:2019:232
Gerechtshof Amsterdam
- Tussenbeschikking
- Rechtspraak.nl
Uitvoerbaarverklaring bij voorraad van beslagvrije voet beschikking in hoger beroep
In deze civiele zaak hebben de geïntimeerden incidenteel verzocht om de beschikking van de kantonrechter waarbij een beslagvrije voet is vastgesteld, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Deze beschikking betrof een beslagvrije voet op AOW- en pensioenuitkeringen van de geïntimeerden, die door appellanten waren beslagen zonder toepassing van een beslagvrije voet.
De kantonrechter had de beslagvrije voet vastgesteld, maar deze niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De geïntimeerden stelden dat door het op nihil stellen van de beslagvrije voet door derdenbeslagenen zij in financiële nood waren geraakt. Het hof overwoog dat ook constitutieve beschikkingen uitvoerbaar bij voorraad kunnen worden verklaard en dat het belang van de geïntimeerden, die zonder beslagvrije voet niet in hun levensonderhoud kunnen voorzien, zwaarder woog dan het belang van appellanten bij voortzetting van de executie zonder beslagvrije voet.
Het hof wees het incidentele verzoek toe en verklaarde de beschikking van de kantonrechter uitvoerbaar bij voorraad. De beslissing over de proceskosten werd aangehouden tot de eindbeschikking in de hoofdzaak. Tevens werd bepaald dat in de hoofdzaak een datum voor mondelinge behandeling zal worden vastgesteld.
Uitkomst: Het hof verklaart de beschikking van de kantonrechter tot vaststelling van een beslagvrije voet uitvoerbaar bij voorraad.