ECLI:NL:GHAMS:2019:2392
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.C. Boot
- H.T. van der Meer
- F.J. Verbeek
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis over vergoeding advocaat na overlijden opdrachtgever
In deze civiele zaak stond centraal of tussen de overleden vader van appellanten en de advocaat een rechtsgeldige overeenkomst van opdracht was gesloten, waarbij de advocaat recht had op vergoeding van zijn declaraties. Appellanten betwistten dat de vader akkoord was gegaan met een uurtarief van € 250 exclusief BTW en voerden aan dat de advocaat kosteloze rechtsbijstand zou verlenen, waarbij slechts eigen bijdrage en griffierecht in rekening zouden worden gebracht.
Het hof oordeelde dat wel degelijk een overeenkomst tot rechtsbijstand was gesloten en dat na intrekking van gesubsidieerde toevoegingen een schriftelijke afspraak over het uurtarief was gemaakt. De stelling van appellanten was onvoldoende onderbouwd. Ook het beroep op nietigheid van de afspraken wegens het ontbreken van overleg met de curatoren werd verworpen, omdat de vader procesbekwaam was en de advocaat niet gehouden was vooraf overleg te plegen.
Verder werd geoordeeld dat het nalaten van een opdrachtbevestiging niet leidt tot het ontbreken van een betalingsverplichting. De advocaat had zijn werkzaamheden verricht en de uren verantwoord. Het beroep op de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid faalde omdat appellanten onvoldoende aannemelijk maakten dat de uitkomst onaanvaardbaar zou zijn.
Het hof bekrachtigde het bestreden vonnis en veroordeelde appellanten als erfgenamen en vereffenaars van de nalatenschap van de vader in de kosten van de procedure in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt de erfgenamen/vereffenaars tot betaling van de advocaatkosten.