Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
1.3. De rechtbank heeft bij de uitspraak van 16 februari 2018 de beroepen ongegrond verklaard.
2.2. Feiten
(…)
2011, 2012 en 2013In de aangiften 2011, 2012 en 2013 vermeldt u een bedrag van € 1.200 voor terugbetaalde inkomsten als negatief uitkering. Om te kunnen beoordelen of u (…) de terugbetaalde inkomsten terecht hebt aangegeven, verzoek ik u mij (..) informatie (…) te sturen:
(…)
Inkomsten 2012 en 2013Om te kunnen beoordelen of de inkomen gegevens in de aangifte 2012 en 2013 juist zijn verzoek ik u mij de volgende informatie te sturen:
- alle jaaropgaven van het UWV over 2012 en 2013
De belanghebbende heeft hierop niet inhoudelijk gereageerd, er zijn geen bewijsstukken overgelegd.”
Ik verzoek u (…) mij een kopie van de dossiers te doen toekomen en om uitstel te verlenen voor mondeling behandeling zodat ik de dossiers kan bestuderen en samen met cliënten pleidooi kan opstellen.”
De desbetreffende beroepen zijn ingetrokken en de uitkomst van deze twee hoger beroepsprocedures vindt ambtshalve toepassing in de ingetrokken zaken. Juist om die reden behoeft de verdediging in deze twee zaken extra aandacht. Er moet met deze achterliggende ‘belanghebbenden’ rekening worden gehouden.
Ik vermoed dat [naam gemachtigde in eerste aanleg] hoger beroepen heeft ingesteld om de deadline te redden en dat [naam persoon 2] dit vervolgens heeft gemotiveerd.
griffier: ieder afzonderlijk; belanghebbende [naam persoon 1] heeft op verzoek van de voorzitter voor de duur van het antwoord van belanghebbende [naam belanghebbende] de zaal verlaten] of zij i) bekend zijn met bij brief van 17 januari 2019 verzonden uitnodiging voor deze zitting en zo ja ii) of, en zo ja met wie, zij hierover contact hebben gehad.
[naam belanghebbende]verklaart – zakelijk weergegeven – als volgt.
[naam persoon 1]verklaart – zakelijk weergegeven – als volgt.
3.3. Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
De omstandigheid dat de alsdan ingeschakelde gemachtigde niet voldoende is geïnformeerd of onvoldoende gelegenheid heeft zich voor te bereiden, behoort in dat geval tot de risicosfeer van de belanghebbende. Bijzondere omstandigheden die desondanks uitstel zouden rechtvaardigen zijn niet aannemelijk geworden. Daartoe behoort ook niet de gestelde samenhang met andere zaken. Tegenover de betwisting van die samenhang door de inspecteur is het belang van de door gemachtigde gestelde samenhang met andere zaken niet voldoende onderbouwd, terwijl die (gestelde) samenhang ook overigens onvoldoende reden oplevert voor het uitstel waarom is verzocht. Naar het oordeel van het Hof rechtvaardigt de verklaring die gemachtigde heeft gegeven voor de omstandigheid dat zij zich namens belanghebbende eerst op 15 april 2019 tot het Hof heeft gewend met een verzoek om uitstel van de mondelinge behandeling, geen uitstel van de mondelinge behandeling van het hoger beroep. Daaraan doet niet af de door gemachtigde gestelde kwetsbaarheid van belanghebbende, daarbij doelend op een verminderde mobiliteit van belanghebbende, aangezien ook deze omstandigheid op zichzelf niet verklaart waarom zo kort voor de zitting om uitstel van de mondelinge behandeling is verzocht.
Oordeel rechtbank4.2. De rechtbank heeft in haar uitspraak omtrent het geschil als volgt overwogen en beslist:
Het uitoefenen van deze bevoegdheid is niet aan een termijn gebonden (HR 9 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1046, BNB 2017/152, r.o. 3.6.4), behoudens dat dit uitoefenen gericht moet zijn op de heffing van belasting van een belastingplichtige. Dit betekent dat het uitoefenen van die bevoegdheid pas na een (eventueel) verstrijken van een navorderingstermijn voor de heffing van belasting van belanghebbende redelijkerwijs geen doel meer kan dienen.