ECLI:NL:GHAMS:2019:256
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- J.H.C. van Ginhoven
- A.M.P. Geelhoed
- M. Senden
- Rechtspraak.nl
Beschikking op verzoek ex artikel 591a Sv betreffende vergoeding kosten rechtsbijstand
Het gerechtshof Amsterdam behandelde een verzoek op grond van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering tot vergoeding van kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand in een strafzaak. De verzoeker had kosten opgevoerd voor rechtsbijstand, reiskosten en kosten voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift.
Het hof stelde vast dat het verzoek tijdig was ingediend en dat de strafzaak zonder strafoplegging was geëindigd. Volgens artikel 591a Sv komen kosten van een raadsman in aanmerking voor vergoeding, waarbij een raadsman een advocaat moet zijn die is ingeschreven bij de Nederlandse orde van advocaten. Omdat het verzoekschrift was opgesteld door een gemachtigde die geen advocaat was, wees het hof de vergoeding van die kosten af.
Wel achtte het hof gronden van billijkheid aanwezig voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand en reiskosten die waren gemaakt in het kader van de strafzaak zelf. Het hof kende daarom een totaalbedrag van €5.865,02 toe en wees het overige af. De beschikking werd uitgesproken op 31 januari 2019 door de meervoudige raadkamer van het hof.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €5.865,02 toe voor kosten rechtsbijstand en reiskosten, en wijst overige kosten af.