ECLI:NL:GHAMS:2019:256

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
1 februari 2019
Publicatiedatum
1 februari 2019
Zaaknummer
001075-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 591a SvArt. 90 SvArt. 9a Sr
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking op verzoek ex artikel 591a Sv betreffende vergoeding kosten rechtsbijstand

Het gerechtshof Amsterdam behandelde een verzoek op grond van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering tot vergoeding van kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand in een strafzaak. De verzoeker had kosten opgevoerd voor rechtsbijstand, reiskosten en kosten voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift.

Het hof stelde vast dat het verzoek tijdig was ingediend en dat de strafzaak zonder strafoplegging was geëindigd. Volgens artikel 591a Sv komen kosten van een raadsman in aanmerking voor vergoeding, waarbij een raadsman een advocaat moet zijn die is ingeschreven bij de Nederlandse orde van advocaten. Omdat het verzoekschrift was opgesteld door een gemachtigde die geen advocaat was, wees het hof de vergoeding van die kosten af.

Wel achtte het hof gronden van billijkheid aanwezig voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand en reiskosten die waren gemaakt in het kader van de strafzaak zelf. Het hof kende daarom een totaalbedrag van €5.865,02 toe en wees het overige af. De beschikking werd uitgesproken op 31 januari 2019 door de meervoudige raadkamer van het hof.

Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €5.865,02 toe voor kosten rechtsbijstand en reiskosten, en wijst overige kosten af.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummers: 001075-18 (591a Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-003531-17
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1947,
adres: [adres]

1.Inhoud van het verzoekschrift

Het verzoekschrift strekt tot het toekennen van een vergoeding op de voet van artikel 591a Sv ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 5.809,82;
reiskosten gemaakt ten behoeve van het onderzoek en het bijwonen van de behandeling van de strafzaak ten bedrage van € 55,20;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 280,00.

2.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 20 september 2018 ingekomen.
Op 3 januari 2019 heeft de advocaat-generaal schriftelijk zijn standpunt kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 17 januari 2019 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is met kennisgeving hiervan niet verschenen.

3.Beoordeling van het verzoekschrift

Bij arrest van dit hof van 20 augustus 2018 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Ingevolge het bepaalde in artikel 90, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Artikel 591a Sv ziet onder meer op de vergoeding van de kosten van een raadsman. Als raadsman wordt toegelaten in Nederland een advocaat die op het tableau van de Nederlandse orde van advocaten is ingeschreven. Nu het verzoek is opgesteld en ingediend door een gemachtigde, doch niet in de hoedanigheid van een advocaat, acht het hof geen gronden aanwezig voor toewijzing van het onder 3 verzochte.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding zoals verzocht onder 1 en 2.

4.Beslissing

Het hof :
Kent op de voet van artikel 591a Sv aan verzoeker een vergoeding toe van € 5.865,02 (vijfduizend achthonderdvijfenzestig euro en twee cent).
Wijst het anders of meer verzochte af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. J.H.C. van Ginhoven, A.M.P. Geelhoed en M. Senden, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 31 januari 2019.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 5.865,02 (vijfduizend achthonderdvijfenzestig euro en twee cent) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [naam].
Amsterdam, 31 januari 2019,
mr. J.H.C. van Ginhoven, voorzitter.