ECLI:NL:GHAMS:2021:2437
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding kosten rechtsbijstand niet-ingeschreven advocaat na vrijspraak
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Noord-Holland, waarin een verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand deels werd toegekend en deels werd afgewezen. De rechtbank kende een vergoeding toe voor schade door verzekering, maar wees de kosten van rechtsbijstand af omdat de bijstand was verleend door een advocaat die niet was ingeschreven op het tableau van de Nederlandse orde van advocaten.
Appellant voerde aan dat artikel 37 Sv Pro niet toepasselijk was omdat de strafzaak was geëindigd met een vrijspraak en er geen sprake meer was van een verdachte, en stelde dat aansluiting gezocht moest worden bij bestuurs- en civielrechtelijke regels waarin medewerkers van een rechtswinkel wel worden erkend. Het hof oordeelde echter dat de beslissing van de rechtbank juist en goed gemotiveerd was en dat de wetgever geen aanwijzingen had gegeven om de definitie van 'raadsman' te verruimen.
Het hoger beroep werd daarom afgewezen. De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 8 juni 2021, waarbij de voorzitter en twee rechters betrokken waren.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van vergoeding van kosten rechtsbijstand door een niet-ingeschreven advocaat wordt bevestigd.