Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het beklag
J. Brandt Corstius(hierna: beklaagde) ter zake van smaadschrift.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 23 juli 2019 een beschikking gegeven in het kader van een beklagprocedure tegen het niet instellen van strafvervolging wegens smaadschrift. Klager, vertegenwoordigd door zijn advocaat, verzocht het hof om vervolging van beklaagde, Jelle Brandt Corstius, die hem publiekelijk beschuldigde van drogeren en verkrachten.
Beklaagde had in landelijke media en in een persbericht op medium.com zijn beschuldigingen herhaald, ondanks dat de aangifte van verkrachting was geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Het hof heeft onderzocht of er voldoende grond is voor strafvervolging en of het algemeen belang dat vereist.
Het hof overweegt dat de uitlatingen van beklaagde de eer en goede naam van klager ernstig kunnen aantasten en dat de strafrechter hierover het laatste oordeel moet vellen. Gezien de ernst van de beschuldigingen en het publieke karakter van de uitlatingen is er voldoende belang bij vervolging. Daarom beveelt het hof de officier van justitie om tot vervolging over te gaan.
Uitkomst: Het hof beveelt de officier van justitie om Jelle Brandt Corstius te vervolgen wegens smaadschrift.