ECLI:NL:GHAMS:2019:2729
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot deelname minderjarige aan rijksvaccinatieprogramma en vaststelling kinderalimentatie
In deze zaak staat het geschil tussen de ouders over de deelname van hun minderjarige dochter aan het rijksvaccinatieprogramma centraal. De man heeft vervangende toestemming gevraagd om de minderjarige te laten vaccineren, terwijl de vrouw dit afwijst vanwege gezondheidsrisico's en haar geloofsovertuiging. De rechtbank had eerder aan de man vervangende toestemming verleend, maar de vrouw ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof heeft de argumenten van beide ouders zorgvuldig gewogen. De vrouw stelde dat vaccinatie niet in het belang van de minderjarige is vanwege mogelijke schadelijke hulpstoffen en haar moslimgeloof, terwijl de man benadrukte dat het programma wetenschappelijk onderbouwd is en essentieel voor de gezondheid van het kind. De Raad voor de Kinderbescherming benadrukte het belang van het kind boven de onderlinge strijd van de ouders.
Het hof concludeerde dat deelname aan het rijksvaccinatieprogramma zwaarwegend in het belang van de minderjarige is en dat de bezwaren van de vrouw onvoldoende onderbouwd zijn. Daarnaast is de kinderalimentatie vastgesteld op €87 per maand tot 1 januari 2019 en €25 per maand vanaf die datum. De beschikking wordt in zoverre bekrachtigd en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof verleent vervangende toestemming voor deelname van de minderjarige aan het rijksvaccinatieprogramma en wijzigt de kinderalimentatiebetaling van de man.