ECLI:NL:GHAMS:2019:28

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
8 januari 2019
Publicatiedatum
9 januari 2019
Zaaknummer
200.251.063/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenarrest over comparitie en minnelijke regeling in civiele procedure

In deze civiele zaak tussen O&G Bedrijfsmakelaars en Pancakes PH B.V. heeft het Gerechtshof Amsterdam een tussenarrest gewezen op 8 januari 2019. Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen eerdere vonnissen en het hof heeft besloten een comparitie van partijen te gelasten.

Het doel van de comparitie is om aanvullende inlichtingen te verkrijgen, te onderzoeken of een minnelijke regeling mogelijk is en om het verdere verloop van het hoger beroep te bespreken. Daarbij kunnen mediation, bewijsvoering en rapportage door deskundigen aan de orde komen.

Het hof heeft partijen en hun advocaten verplicht gesteld om in persoon of vertegenwoordigd door een gemachtigde die bevoegd is tot het aangaan van een schikking te verschijnen. Tevens is bepaald dat appellanten binnen vier weken een kopie van het volledige procesdossier moeten indienen en dat partijen uiterlijk twee weken voor de comparitie de stukken waarop zij zich verder willen beroepen moeten overleggen. Alle verdere beslissingen zijn aangehouden.

Uitkomst: Het hof gelast een comparitie van partijen en houdt verdere beslissingen aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.251.063/01
zaaknummer rechtbank : C/13/604490/HA ZA 16-299
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 8 januari 2019
inzake
O&G BEDRIJFSMAKELAARS,
gevestigd te Amsterdam,
[appellant sub 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
[appellant sub 3] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellanten,
advocaat: mr. W.A.M. Rupert te Rotterdam,
tegen
PANCAKES PH B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde,
advocaat: mr. J.N. Heeringa te Amsterdam.

1.Het geding in hoger beroep

Appellanten hebben bij exploot geïntimeerde aangezegd in hoger beroep te komen van een of meer tussen partijen in de onderhavige zaak gewezen vonnissen, met dagvaarding van geïntimeerde voor dit hof.
De zaak is op de rol ingeschreven en geïntimeerde is bij advocaat verschenen.

2.Beoordeling

Het hof ziet aanleiding om een comparitie van partijen te gelasten. Het doel is het verkrijgen van inlichtingen, het beproeven van een minnelijke regeling en/of het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep, waarbij onder meer mediation, bewijsvoering en/of rapportage door deskundigen aan de orde kunnen komen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.Beslissing

Het hof:
bepaalt dat partijen in persoon respectievelijk, voor zover partijen rechtspersoon zijn, vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte en tot het geven van de verlangde inlichtingen in staat is en die bevoegd is (door schriftelijke machtiging of anderszins) tot het aangaan van een schikking, tezamen met hun advocaten zullen verschijnen voor het tot raadsheercommissaris benoemde lid van het hof mr. M.M. Korsten-Krijnen, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie, IJdok 20 te Amsterdam, op een nader te bepalen tijdstip, tot het hiervoor onder 2 omschreven doel;
bepaalt dat partijen binnen 1 week na heden op de rol van 15 januari 2019 hun verhinderdagen en die van hun advocaten voor de eerstkomende 4 maanden kunnen opgeven, waarna het hof de dag en het tijdstip van de comparitie zal vaststellen, in welk geval behoudens klemmende redenen of overmacht geen uitstel van de comparitie meer zal worden verleend;
bepaalt dat de datum van de comparitie na aanbrengen in het roljournaal vermeld zal worden;
bepaalt dat appellanten uiterlijk 4 weken na heden een kopie van het volledige procesdossier (de stukken van de eerste aanleg met inbegrip van de producties en de appeldagvaarding) in tweevoud zullen indienen bij het hof (roladministratie – team handel);
bepaalt dat partijen uiterlijk 2 weken vóór de dag van de comparitie de stukken waarop zij voor het overige een beroep zouden willen doen, in kopie over zullen leggen door toezending aan het hof (roladministratie – team handel) en de wederpartij;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door J.C.W. Rang, J.W. Hoekzema en A.R. Sturhoofd en in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.