Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
€ 3.529 +/+
€ 295 +/+
€ 325 -/-
€ 1.135-/-
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2015 vanwege de weigering van aftrek van specifieke zorgkosten, waaronder batterijen voor een hoortoestel, medicijnen voorgeschreven in Turkije en reiskosten voor medische behandelingen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde dat deze kosten daadwerkelijk op hem drukten en voldeden aan de wettelijke criteria.
In hoger beroep bevestigde het Hof het oordeel van de rechtbank. Het Hof overwoog dat de verklaring voor de batterijkosten onvoldoende specifiek was en dat de kosten mogelijk door een zorgverzekeraar vergoed konden zijn. Voor de buitenlandse medicijnen ontbrak het bewijs dat deze kwalificeerden als farmaceutische hulpmiddelen volgens Nederlandse maatstaven. De reiskosten werden niet concreet onderbouwd, waardoor de aftrek niet kon worden verhoogd.
Het Hof benadrukte dat de bewijslast bij belanghebbende ligt en dat de wet geen ruimte biedt voor forfaitaire aftrekposten of redelijke compromissen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van aftrek van de specifieke zorgkosten bevestigd.