Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
- memorie van grieven, met producties;
- memorie van antwoord, met een productie.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak staat centraal dat appellante twee schilderijen in consignatie had gegeven aan een vennootschap onder firma (v.o.f.), waarvan één vennoot inmiddels was overleden en de v.o.f. ontbonden was. Appellante vorderde schadevergoeding omdat de v.o.f. de schilderijen niet had teruggegeven en de verkoopopbrengst niet had afgedragen.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen af, maar het hof oordeelt anders. Het hof stelt vast dat de v.o.f. ondanks ontbinding voortbestaat voor vereffening en dat de consignatieovereenkomst met de v.o.f. is gesloten. De v.o.f. heeft de schilderijen bevoegd verkocht, maar heeft nagelaten de opbrengst aan appellante af te dragen.
Het hof wijst de vordering toe tot een voorschot van €28.000, zijnde 80% van de verkoopopbrengst van €35.000. De vordering is ook toewijsbaar jegens de overgebleven vennoot als hoofdelijk verbonden. Het hof vernietigt het bestreden vonnis en veroordeelt de v.o.f. en de vennoot tot betaling van het voorschot, terugbetaling van reeds betaalde proceskosten en veroordeling in kosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de v.o.f. en de overgebleven vennoot hoofdelijk tot betaling van €28.000 als voorschot op schadevergoeding wegens niet-afdracht van verkoopopbrengst.