ECLI:NL:GHAMS:2019:3090
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onbevoegdheid Nederlandse rechter bij echtscheiding wegens verblijfplaats in Ierland
Partijen zijn in 1990 in Ierland gehuwd onder huwelijkse voorwaarden waarbij Nederlands recht van toepassing is verklaard op de vermogensrechtelijke gevolgen. De vrouw heeft de Ierse nationaliteit en woont in Ierland; de man heeft de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank Amsterdam verklaarde zich onbevoegd omdat de man zijn gewone verblijfplaats in Ierland had.
De vrouw kwam in hoger beroep met het verzoek de rechtbank bevoegd te verklaren, stellende dat de man zijn gewone verblijfplaats nooit naar Ierland heeft verplaatst of die inmiddels weer naar Nederland heeft teruggebracht. Het hof onderzocht de feiten, waaronder verkoop van de woning in Nederland, aankoop en mede-eigendom van een woning in Ierland, inschrijving in Ierland, sociale en maatschappelijke activiteiten aldaar, en het reisgedrag van de man.
Het hof concludeerde dat de man sinds 2001 zijn permanente centrum van belangen in Ierland heeft gevestigd, ondanks frequente verblijven in Nederland. De door de vrouw aangevoerde feiten waren onvoldoende om het tegendeel aan te tonen. Daarom is de Nederlandse rechter niet internationaal bevoegd en wordt de beschikking van de rechtbank Amsterdam bekrachtigd.
Uitkomst: De Nederlandse rechter is niet bevoegd; de beschikking van de rechtbank Amsterdam wordt bekrachtigd.