Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
€ 1.050
€ 1.610
€ 2.652
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank en het Hof
Bron van inkomen
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen een aanslag inkomstenbelasting 2014, waarin hij een negatief resultaat uit overige werkzaamheden claimde vanwege het produceren en zelf inzingen van cd’s, en aftrek van specifieke zorgkosten. De inspecteur had dit afgewezen omdat geen sprake was van een bron van inkomen en de zorgkosten de drempel niet overschreden.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat er een objectieve voordeelsverwachting was voor de cd-activiteiten, mede omdat in de jaren 2013-2015 steeds een negatief resultaat werd behaald en de verkopen beperkt waren. Ook de door belanghebbende aangevoerde verkoopstijging in 2017 was onvoldoende om dit oordeel te wijzigen.
Ten aanzien van de specifieke zorgkosten concludeerde de rechtbank dat belanghebbende onvoldoende bewijs had geleverd voor medicijn- en dieetkosten en dat de vervoerskosten slechts gedeeltelijk werden erkend. De totale toegestane zorgkosten overschreden de wettelijke drempel niet, waardoor aftrek niet mogelijk was.
De verzuimboete wegens het niet tijdig indienen van de aangifte werd eveneens bevestigd. Het Hof volgde de rechtbank in al deze punten en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak werd zonder kostenveroordeling bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.