ECLI:NL:GHAMS:2019:3120
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van belediging door spugen
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het beledigen van het slachtoffer door op of omstreeks 9 maart 2016 in Amsterdam in het gezicht te spugen. De politierechter had verdachte eerder veroordeeld, maar tegen dit vonnis was hoger beroep ingesteld.
Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 13 augustus 2019 heeft het hof alle bewijsstukken en verklaringen opnieuw beoordeeld. Het hof concludeerde dat de verklaringen van de twee onafhankelijke getuigen over het incident op belangrijke punten met elkaar in tegenspraak waren. Hierdoor kon niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat verdachte daadwerkelijk in het gezicht van het slachtoffer had gespuugd.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging. De vrijspraak werd gebaseerd op het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs, waarmee de verdachte niet kon worden veroordeeld voor de belediging. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 27 augustus 2019.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van belediging door spugen.