ECLI:NL:GHAMS:2019:3121
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewezenverklaring bedreiging met vernietiging strafoplegging en schadevergoeding
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter is de bewezenverklaring van bedreiging bevestigd. De bedreigingen betroffen uitlatingen en gedragingen die bij de slachtoffers redelijke vrees voor zwaar lichamelijk letsel en bedreiging van het leven opriepen.
De verdediging voerde aan dat de bedreigingen voortkwamen uit onmacht en boosheid en slechts voorwaardelijk waren, maar het hof verwierp deze verweren. Het hof overwoog dat het trappen met een puntschoen in het gezicht ernstig letsel kan veroorzaken en dat de bedreigde personen terecht angst hadden.
De verdachte verbleef ten tijde van de feiten in een instelling voor geestelijke gezondheidszorg en was reeds eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten. Gezien zijn behandeling en het beveiligingskader van de Wet Bopz achtte het hof het onwenselijk een strafrechtelijke sanctie op te leggen.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de toegewezen materiële schade niet rechtstreeks verband hield met het strafbare feit en alleen bij de burgerlijke rechter kon worden ingediend.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter voor wat betreft de strafoplegging en schadevergoeding, verklaarde de verdachte strafbaar, maar legde geen straf of maatregel op.
Uitkomst: De bewezenverklaring van bedreiging is bevestigd, maar er is geen straf opgelegd vanwege de bijzondere omstandigheden van de verdachte.