Partijen sloten op 9 juni 2016 een overeenkomst betreffende een woning, aangeduid als huurovereenkomst woonruimte. De appellant stelde dat het in werkelijkheid een beheerovereenkomst betrof, welke door hem rechtsgeldig was opgezegd. De geïntimeerde exploiteerde onder de naam Casa Haarlem de woning en verhuurde kamers aan derden.
De kantonrechter had de overeenkomst als huurovereenkomst voor onbepaalde tijd gekwalificeerd en de vordering van appellant afgewezen. In hoger beroep wijzigde appellant zijn grondslag en stelde primair dat het een beheerovereenkomst betrof, rechtsgeldig beëindigd per 1 augustus 2017, subsidiair dat bij gebreke daarvan ontbinding wegens tekortkoming moest worden uitgesproken.
Het hof oordeelde dat hoewel de overeenkomst formeel een huurovereenkomst leek, de inhoud en strekking wezenlijk wezen van een beheerovereenkomst vertoonde. De rol van Casa Haarlem als beheerder, de contractuele bepalingen en de praktijk bevestigden dit. De opzegging was rechtsgeldig, gelijkgesteld aan aangetekende brief. De vordering tot schadevergoeding wegens tekortkoming werd afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter, verklaarde de overeenkomst geëindigd per 1 augustus 2017 en veroordeelde geïntimeerde in de proceskosten van beide instanties.