ECLI:NL:GHAMS:2019:3307
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens onzekerheid toepassing artikel 197 Sr
De verdachte werd aanvankelijk veroordeeld door de politierechter tot drie maanden gevangenisstraf wegens het illegaal verblijf als vreemdeling ondanks een inreisverbod. In hoger beroep sprak het gerechtshof de verdachte vrij, maar de Hoge Raad vernietigde dit arrest en verwees de zaak terug.
Bij de hernieuwde behandeling heeft het openbaar ministerie gevorderd niet-ontvankelijk te worden verklaard vanwege de onzekerheid over de toepassing van artikel 197 Sr Pro, mede door lopende prejudiciële vragen bij het Hof van Justitie van de EU. Zowel de advocaat-generaal als de raadsvrouw sloten zich hierbij aan.
Het hof overwoog dat het strafbare feit van geringe ernst is, dat de prejudiciële vragen niet binnen afzienbare tijd worden beantwoord en dat het openbaar ministerie zelf geen strafrechtelijk belang meer ziet bij voortzetting. Daarom verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens het ontbreken van een strafrechtelijk belang en lopende prejudiciële vragen.