ECLI:NL:GHAMS:2019:3345
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens ontbreken grieven
Op 30 augustus 2019 heeft het gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter te Amsterdam van 17 september 2018. De verdachte, geboren in 1988, had beroep ingesteld tegen dit vonnis. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep zijn geen schriftelijke grieven ingediend door of namens de verdachte, noch zijn er mondeling bezwaren geuit tegen het vonnis.
Het hof heeft de vordering van de advocaat-generaal in overweging genomen en vastgesteld dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat dat een onderzoek in hoger beroep rechtvaardigt. Op grond hiervan is de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, conform artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de rechters M.L.M. van der Voet, R.D. van Heffen en B.A.A. Postma. Vanwege omstandigheden was mr. B.A.A. Postma niet in staat het arrest mede te ondertekenen. Het arrest is uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en belang.