Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[X] ,
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.De feiten
grieven I tot en met Vkomt de bewindvoerder op tegen onderdelen van die opsomming. Omdat het hof hierna (3.1) zal vermelden van welke feiten het bij de beoordeling uitgaat, behoeven deze grieven als zodanig geen behandeling. Vanzelfsprekend zal het hof rekening houden met hetgeen de bewindvoerder in de toelichting op deze grieven naar voren heeft gebracht, voor zover van belang.
3.De beoordeling
, rond 21:15 uur ging ook het brandalarm bij ons in huis weer af. De stank en de rook die inmiddels weer bij ons in de keuken en woonkamer binnendrong was alarmerend. [A][ [A] ; hof]
klopte bij [X] aan, hij deed zijn voordeur open, [A] vroeg wat er aan de hand was en [X] knalde paniekerig de deur weer dicht. Wij hadden nog steeds geen idee wat er aan de hand was. De situatie deed ons erg denken aan de brand van een paar weken geleden. We besloten 112 te bellen, de brandweer vroeg of we nog eens bij [X] konden aankloppen om de situatie wat beter in te kunnen schatten. Dus klopte [A] weer bij [X] aan, deze keer was hij erg boos en zei hij ‘kankerhoer, jij mag nooit meer bij mij aankloppen, blijf uit mijn buurt en ga verhuizen’.”