ECLI:NL:GHAMS:2019:3494
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake opzegging en rentevordering kredietovereenkomst consument
Finata Bank is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter Noord-Holland dat een vordering tot betaling van een hoofdsom en rente deels heeft toegewezen en deels afgewezen. De kredietovereenkomst tussen Finata en de consument dateert uit 1994, met een overeengekomen kredietvergoeding van 1,024% per maand.
Finata vordert betaling van een hoofdsom vermeerderd met rente en proceskosten, terwijl de consument niet is verschenen in hoger beroep. Het hof beoordeelt onder meer de toelaatbaarheid van de eiswijziging in hoger beroep en constateert dat een vermeerdering van de vordering niet tijdig aan de consument is betekend, waardoor deze buiten beschouwing blijft.
Het geschil betreft vooral de vraag of Finata gerechtigd is tot contractuele vertragingsrente vanaf het moment dat de consument in verzuim is geraakt en het krediet is opgeëist. Het hof oordeelt voorshands dat het beding waarop Finata zich beroept niet ziet op een vertragingsrente bij verzuim en dat er geen afwijking is van de wettelijke rente volgens artikel 6:119 BW Pro. Het hof geeft Finata de gelegenheid om zich over dit voorshands oordeel uit te laten en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan en geeft Finata gelegenheid zich uit te laten over het voorshands oordeel dat geen contractuele vertragingsrente toekomt.