ECLI:NL:GHAMS:2019:3497
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incidentele voorzieningsvordering tot ontruiming chalet in hoger beroep huurovereenkomst woonruimte
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van een huurder (appellante) tegen een vonnis van de kantonrechter inzake een huurovereenkomst van een chalet op een recreatiepark. Appellante vordert onder meer ontruiming van het chalet door de huurder (geïntimeerde) en betaling van achterstallige huur en kosten.
Appellante stelt dat zij dringend woonruimte nodig heeft omdat zij haar eigen chalet heeft verkocht en de koper daarvan met haar kleinzoon de woning moet betrekken. Geïntimeerde betwist deze stelling en voert verweer tegen de vorderingen.
Het hof oordeelt dat er onvoldoende spoedeisend belang is bij ontruiming omdat de levering van het eigen chalet van appellante niet heeft plaatsgevonden en appellante nog steeds op dat adres woont. Daarnaast is het belang van geïntimeerde om in het gehuurde te blijven wonen evident. De vorderingen tot betaling van huurachterstand en kosten zijn onvoldoende onderbouwd en worden afgewezen.
De incidentele vordering tot ontruiming wordt daarom afgewezen. De vordering van geïntimeerde tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het bestreden vonnis wordt toegewezen. De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor memorie van grieven.
Uitkomst: De incidentele vordering tot ontruiming wordt afgewezen en het bestreden vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard voor de proceskostenveroordeling.