ECLI:NL:GHAMS:2019:3546
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toewijzing incidentele vordering tot afgifte processtukken in hoger beroep na verzet tegen verstekarrest
In deze civiele procedure heeft appellant verzet gedaan tegen een verstekarrest dat eerder door het hof was uitgesproken. Appellant vorderde incidenteel op grond van artikel 843a Rv dat geïntimeerde alle in de hoofdzaak ingediende of ontvangen processtukken en correspondentie aan hem zou verstrekken, zodat hij nader verzet kon doen. Tevens vorderde appellant schorsing van de tenuitvoerlegging van het verstekarrest en zekerheidstelling door middel van een bankgarantie.
Het hof overwoog dat appellant een rechtmatig belang heeft bij het verkrijgen van de gevraagde stukken, die voldoende bepaald zijn en betrekking hebben op de rechtsbetrekking tussen partijen. Geïntimeerde had niet bewezen dat zij deze stukken reeds aan appellant had verstrekt. De vordering tot afgifte van de stukken werd daarom toegewezen. De vordering om appellant in de gelegenheid te stellen nader verzet te doen werd afgewezen, omdat het verzetexploot als memorie van antwoord geldt en appellant voldoende gelegenheid had om stukken op te vragen.
De vorderingen tot schorsing van de tenuitvoerlegging en tot zekerheidstelling werden eveneens afgewezen, omdat artikel 351 Rv Pro niet van toepassing is op een verzetprocedure tegen een verstekarrest en appellant onvoldoende heeft toegelicht waarom zekerheidstelling nodig is. De zaak werd verwezen naar de rol voor beraad in de hoofdzaak en verdere beslissingen werden aangehouden.
Uitkomst: Incidentele vordering tot afgifte processtukken toegewezen, overige vorderingen afgewezen.