ECLI:NL:GHAMS:2019:3561
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenarrest over comparitie en verdere procedure in hoger beroep civiele zaak
In deze civiele zaak in hoger beroep hebben appellanten het hof verzocht om hoger beroep in te stellen tegen een of meer tussen vonnissen in de onderliggende procedure. Het hof heeft de zaak op de rol gezet en geïntimeerde is verschenen met advocaat.
Het hof ziet aanleiding om een comparitie van partijen te gelasten. Het doel van deze comparitie is het verkrijgen van aanvullende inlichtingen, het beproeven van een minnelijke regeling en het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep. Daarbij kunnen mediation, bewijsvoering en rapportage door deskundigen aan de orde komen.
Partijen worden verplicht in persoon of vertegenwoordigd door een gemachtigde die bevoegd is tot het geven van inlichtingen en het aangaan van een schikking, samen met hun advocaten te verschijnen voor de raadsheer-commissaris mr. D.J. van der Kwaak op een nader te bepalen datum in het Paleis van Justitie te Amsterdam.
Verder bepaalt het hof dat partijen binnen twee weken hun verhinderdagen kunnen opgeven, waarna de datum van de comparitie wordt vastgesteld. Appellanten dienen binnen vier weken een kopie van het volledige procesdossier in te dienen en partijen moeten uiterlijk twee weken voor de comparitie de stukken waarop zij een beroep willen doen aan het hof en de wederpartij toezenden. Het hof houdt iedere verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het hof gelast een comparitie van partijen en houdt verdere beslissing aan.