Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[X] ,
2. [appellant sub 2] ,
3. [appellant sub 3] ,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
tenzij uit de aanbiedingsverplichting iets anders voortvloeit. De rechtbank heeft deze wettelijke systematiek, anders dan met grief 3 wordt aangevoerd, niet miskend.
is geleverd– ook tussen partijen – weliswaar slechts de in de akte tot uiting gebrachte partijbedoeling een rol speelt, maar dat voor de vraag naar de inhoud van de
titelof een andere daarin vervatte overeenkomst, zoals de onderhavige, de in de leveringsakte opgenomen weerslag van de titel of van die overeenkomst niet automatisch doorslaggevend is en ook andere omstandigheden een rol spelen om te bepalen welke betekenis partijen over en weer aan hun verklaringen en gedragingen mochten toekennen respectievelijk te dien aanzien van elkaar mochten verwachten, in welk geval de Haviltex-maatstaf de toepasselijke maatstaf is. (Zie HR 22 oktober 2010, ECLI:NL:HR:BM8933, NJ 2011/111 Kamsteeg/Lisser; HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3263, NJ 2018/44 Haanex/Reijngoudt en HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:148, NJ 2018/422 Dammer c.s./Lecc c.s.)
alleenjegens zijn moeder gold. Die feiten en omstandigheden zijn de navolgende.