Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De verdere beoordeling
grief 3 in principaal appelbestrijdt [appellante] de compensatie van de kosten van het geding in eerste aanleg. Gelet op de uitkomst van het onderhavige geding is een veroordeling van de Gemeente in de kosten, zoals door [appellante] bepleit, echter niet aan de orde. Ook deze grief faalt.
grief 2 in incidenteel appelbestrijdt de Gemeente, voor zover thans nog van belang, dat tussen de gemaakte kosten en het onrechtmatig handelen van de Gemeente causaal verband bestaat. De Gemeente betoogt dat [appellante] de kosten voor de bouwtekeningen die zijn voortgevloeid uit de offerte van 30 januari 2007 en de kosten van het bodemonderzoek, die zijn gefactureerd op 25 juli 2006, ook zou hebben gemaakt als de Gemeente [appellante] wel tijdig had voorgelicht over het feit dat de vergunningen op 11 december 2006 en 6 februari 2007 van rechtswege waren verleend. Mede in aanmerking genomen dat niet is komen vast te staan dat het onrechtmatig handelen van de Gemeente de oorzaak is van het feit dat de financiering van de verbouwing niet is rondgekomen (waardoor alle tekeningen en het onderzoek van onwaarde zijn geworden), slaagt dit betoog van de Gemeente. Alleen het bedrag van de facturen die voortvloeien uit de offertes die na de verlening, van rechtswege, van de vergunningen zijn verstrekt, te weten die van 17 september 2007 en 17 april 2008, in totaal € 2.106,30, kan als schade aan het onrechtmatig handelen worden toegerekend. Het meerdere zal alsnog worden afgewezen. In zoverre slaagt deze grief.