Uitspraak
1.[appellante sub 1] ,
[appellante sub 2],
[appellante sub 3],
[appellante sub 4],
[appellante sub 5] ,
[appellante sub 6],
[appellante sub 7],
[appellante sub 8],
Gerechtshof Amsterdam
Appellante, een projectontwikkelaar, is betrokken bij de herontwikkeling van voormalige ING-kantoorgebouwen tot woningen. Bouwinvest legde conservatoir leveringsbeslag op verschillende kavels wegens een vermeende koopovereenkomst uit 2015. Appellante stelt dat dit slechts een voorovereenkomst betreft en dat het beslag onrechtmatig is.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om verlof tot derdenbeslag af, omdat appellante geen kort geding had gestart om het beslag van Bouwinvest op te heffen, wat volgens de voorzieningenrechter twijfel opriep over de deugdelijkheid van haar vordering. Het hof oordeelt anders en stelt dat het achterwege laten van een opheffingsvordering niet betekent dat de vordering niet summierlijk deugdelijk is.
Het hof concludeert dat appellante voldoende feiten heeft gesteld om de deugdelijkheid van haar vordering summierlijk aan te tonen en verleent alsnog verlof tot het leggen van conservatoir derdenbeslag onder banken voor een bedrag van €100 miljoen. Het verlof is uitvoerbaar bij voorraad en verbonden aan de voorwaarde dat de hoofdzaak binnen veertien dagen wordt ingesteld.
Uitkomst: Het hof verleent alsnog verlof tot het leggen van conservatoir derdenbeslag voor €100 miljoen.