Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Overwegingen van de rechtbank
schending procesbelang
Uit deze marktgegevens heeft verweerder een kapitalisatiefactor afgeleid van 10,8 voor [C-straat] [8] , van 11,1 voor [D-straat] [9] en van 10,5 voor [E-straat] [10] .
5.Beoordeling van het geschil
top-downmethode).
oud[Z] ( [F-straat 11] en [G-straat 12] ) een kapitalisatiefactor van 10 of hoger wordt gerealiseerd, voor [B-straat] [1 ] (weliswaar dichtbij het [winkelgebied A] , maar met een minder mooie uitstraling) van 11 en voor [E-straat] [10] en [H-straat 13] in
nieuw[Z] van 10,5 en 15,9, is naar het oordeel van het Hof aannemelijk dat de kapitalisatiefactoren zoals gehanteerd voor de onderhavige panden (tussen 9,3 en 10,6) in elk geval niet te hoog zijn.
top-downmethode aannemelijk heeft gemaakt dat de gehanteerde kapitalisatiefactoren niet te hoog zijn, komt het Hof niet toe aan de behandeling van de klachten die belanghebbende heeft aangevoerd tegen de door de heffingsambtenaar gehanteerde percentage voor het leegstandsrisico en de risico-opslag percentages bij de toepassing van de zogenoemde
bottum-upmethode (de subsidiaire onderbouwing van de heffingsambtenaar).
6.Kosten
7.Beslissing
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de kosten van belanghebbende tot een bedrag van € 4.096;
- gelast de heffingsambtenaar aan belanghebbende het betaalde griffierecht ad € 334 (beroep bij de rechtbank) en € 508 (hoger beroep bij het Hof), in totaal € 842 te vergoeden.