Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
.Tot op heden heeft de rechtbank de beslissing inzake het gezag over [de minderjarige] pro forma aangehouden.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak staat de tenuitvoerlegging van alimentatieverplichtingen en de zorgregeling voor een minderjarige met ernstige genetische aandoeningen centraal. De vrouw vordert lijfsdwang om de man te dwingen achterstallige alimentatie te betalen, terwijl de man betoogt dat sprake is van betalingsonmacht en dat lijfsdwang niet passend is.
Het hof stelt vast dat de man geen recente financiële gegevens heeft overgelegd om zijn betalingsonmacht aannemelijk te maken en dat er sprake is van betalingsonwil. Andere dwangmiddelen bleken onvoldoende effectief, waardoor lijfsdwang als ultimum remedium gerechtvaardigd is. De uitvoerbaarheid bij lijfsdwang wordt echter beperkt tot de reeds vastgestelde bedragen om te voorkomen dat de man zijn onderneming niet kan voortzetten.
Daarnaast is de zorgregeling voor de minderjarige gewijzigd door het hof, waarbij de minderjarige in de oneven weken bij de man verblijft van donderdagmiddag tot maandagochtend. De door de voorzieningenrechter opgelegde afsprakenregeling, die de vrouw verbood om anderen dan professionals mee te nemen naar afspraken waar de man ook aanwezig is, wordt vernietigd vanwege de te omvangrijke beperking.
De vordering tot schorsing van de bestreden uitspraak wordt afgewezen omdat geen sprake is van een juridische of feitelijke misslag of noodtoestand. De proceskosten worden gecompenseerd vanwege de ex-echtelijke relatie van partijen.
Uitkomst: Lijfsdwang voor betaling van alimentatie wordt toegestaan, zorgregeling deels gewijzigd en afsprakenregeling vernietigd.