ECLI:NL:GHAMS:2019:3941

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
4 november 2019
Publicatiedatum
4 november 2019
Zaaknummer
23-000041-18
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 131 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak rijden met geschorst rijbewijs na gegrond verklaard administratief beroep

De verdachte werd in twee zaken verdacht van het besturen van een motorrijtuig terwijl het rijbewijs geschorst was. In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte vrijgesproken.

De vrijspraak volgt omdat het administratief beroep van de verdachte tegen de schorsing van het rijbewijs gegrond is verklaard door het CBR, waardoor de schorsing achteraf nooit heeft gegolden. Hoewel een bezwaar tegen schorsing normaal geen schorsende werking heeft, leidt de herziening of intrekking van de schorsing ertoe dat de ten laste gelegde feiten niet bewezen kunnen worden.

Het hof heeft het bewijs onderzocht en geoordeeld dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte de feiten heeft begaan. De advocaat-generaal had eveneens vrijspraak gevorderd. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 4 november 2019.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat de schorsing van het rijbewijs administratief is herzien en daardoor nooit heeft gegolden.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000041-18
datum uitspraak: 4 november 2019
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 20 december 2017 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 96-109829-17 en 96-181608-17 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 21 oktober 2019
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
Zaak A (parketnummer 96-109829-17):
zij op of omstreeks 19 juni 2017 te Amsterdam, terwijl zij wist of redelijkerwijs moest weten dat de geldigheid van een op haar naam gesteld rijbewijs ingevolge artikel 131, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994, voor een of meer categorieën van motorrijtuigen was geschorst, gedurende de tijd dat die schorsing van kracht was, op een weg, de Basisweg, een motorrijtuig, (personenauto), van de categorie of categorieën, waarop de schorsing betrekking had, heeft bestuurd;
Zaak B (parketnummer 96-181608-17, gevoegd):
zij op of omstreeks 18 augustus 2017 te Schagen, terwijl zij wist of redelijkerwijs moest weten dat de geldigheid van een op haar naam gesteld rijbewijs ingevolge artikel 131, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994, voor een of meer categorieën van motorrijtuigen was geschorst, gedurende de tijd dat die schorsing van kracht was, op een weg, de Witte Paal, een motorrijtuig, (personenauto), van de categorie of categorieën, waarop de schorsing betrekking had, heeft bestuurd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd omdat het hof, in tegenstelling tot de politierechter, de verdachte zal vrijspreken.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte in de zaken A en B is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
Het hof overweegt hiertoe als volgt:
Tegen het besluit van het CBR van 1 juni 2017, waarbij de geldigheid van het rijbewijs van de verdachte was geschorst, heeft de verdachte een administratiefrechtelijke procedure gevoerd. Deze procedure heeft geresulteerd in het besluit van het CBR van 2 januari 2018, waarin het bezwaar van de verdachte gegrond is verklaard.
Een (administratief) bezwaar of beroep tegen het schorsen van de geldigheid van het rijbewijs heeft geen schorsende werking. Indien echter de schorsing van de geldigheid van het rijbewijs naar aanleiding van een dergelijke procedure is herzien of ingetrokken heeft deze – achteraf gezien – nooit gegolden. Dit dient te leiden tot de vrijspraak van de ten laste gelegde feiten.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 96-109829-17 en in de zaak met parketnummer 96-181608-17 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen en mr. H.A. van Eijk, in tegenwoordigheid van mr. S. Pesch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 november 2019.
De griffier is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.