ECLI:NL:GHAMS:2019:3991
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige in pleeggezin
De zaak betreft de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds zijn geboorte in een pleeggezin verblijft vanwege veiligheidsrisico's bij de moeder. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van de machtiging die door de rechtbank was toegekend.
De moeder voert aan dat het aanvullende onderzoek naar haar vaardigheden onvoldoende was en dat er onvoldoende gemotiveerd is welke zorgen er nog zijn over de veiligheid van de minderjarige bij haar. De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming (de raad) stellen dat de veiligheid niet gewaarborgd is, mede doordat de moeder mishandeling van haar andere kinderen niet erkent en geen veiligheidsplan is opgesteld.
Het hof stelt vast dat het onderzoek door Kenter Jeugdhulp voldoende is geweest om een zorgvuldig advies te geven. De moeder beschikt in de huidige levensfase over voldoende vaardigheden, maar de kans op een succesvolle thuisplaatsing op lange termijn is onzeker. Het risico van een mislukte thuisplaatsing en de negatieve gevolgen voor de hechting van de minderjarige wegen zwaarder dan het verlies van niet bij de moeder opgroeien.
Het hof oordeelt dat de belangen van de minderjarige bij het pleeggezin liggen en bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing tot uiterlijk 28 maart 2020. Het belang van een ongestoorde hechting en veiligheid prevaleert boven het door de moeder voorgestane onderzoek en mogelijke terugplaatsing.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige in het pleeggezin wordt bekrachtigd tot uiterlijk 28 maart 2020.