ECLI:NL:GHAMS:2019:4141

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 november 2019
Publicatiedatum
20 november 2019
Zaaknummer
200.268.355/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenarrest in hoger beroep kort geding over telecomvastgoed

In deze civiele zaak in hoger beroep tussen KPN B.V. en Telecom Vastgoed B.V. heeft het Gerechtshof Amsterdam een tussenarrest gewezen op 19 november 2019. Appellante KPN B.V. heeft hoger beroep ingesteld tegen een of meer vonnissen in de onderhavige zaak.

Het hof heeft besloten een comparitie van partijen te gelasten met als doel het verkrijgen van inlichtingen, het beproeven van een minnelijke regeling en het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep, waaronder mediation, bewijsvoering en rapportage door deskundigen.

Partijen worden verplicht persoonlijk of via een bevoegd vertegenwoordiger te verschijnen, samen met hun advocaten, voor een raadsheer-commissaris. Tevens zijn termijnen gesteld voor het opgeven van verhinderdagen, het indienen van het volledige procesdossier en het overleggen van overige stukken.

De verdere beslissing in de zaak wordt aangehouden totdat de comparitie heeft plaatsgevonden en de partijen hun standpunten hebben toegelicht.

Uitkomst: Het hof gelast een comparitie van partijen en houdt verdere beslissing aan.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.268.355/01
zaaknummer rechtbank : 8006340 KG EXPL 19-107
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 19 november 2019
inzake
KPN B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
appellante,
advocaat: mr. M.F. Mesu-Abbekerk te 's-Gravenhage,
tegen
TELECOM VASTGOED B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde,
advocaat: mr. J.J.J. Kil te Eindhoven.

1.Het geding in hoger beroep

Appellante heeft bij exploot geïntimeerde aangezegd in hoger beroep te komen van een of meer tussen partijen in de onderhavige zaak gewezen vonnissen, met dagvaarding van geïntimeerde voor dit hof.
De zaak is op de rol ingeschreven en geïntimeerde is bij advocaat verschenen.

2.Beoordeling

Het hof ziet aanleiding om een comparitie van partijen te gelasten. Het doel is het verkrijgen van inlichtingen, het beproeven van een minnelijke regeling en/of het bespreken van het verdere verloop van het hoger beroep, waarbij onder meer mediation, bewijsvoering en/of rapportage door deskundigen aan de orde kunnen komen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3.Beslissing

Het hof:
bepaalt dat partijen in persoon respectievelijk, voor zover partijen rechtspersoon zijn, vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte en tot het geven van de verlangde inlichtingen in staat is en die bevoegd is (door schriftelijke machtiging of anderszins) tot het aangaan van een schikking, tezamen met hun advocaten zullen verschijnen voor het tot raadsheercommissaris benoemde lid van het hof mr. D.J. van der Kwaak, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie, IJdok 20 te Amsterdam, op een nader te bepalen tijdstip, tot het hiervoor onder 2 omschreven doel;
bepaalt dat partijen binnen 2 weken na heden op de rol van 3 december 2019 hun verhinderdagen en die van hun advocaten voor de eerstkomende 4 maanden kunnen opgeven, waarna het hof de dag en het tijdstip van de comparitie zal vaststellen, in welk geval behoudens klemmende redenen of overmacht geen uitstel van de comparitie meer zal worden verleend;
bepaalt dat de datum van de comparitie na aanbrengen in het roljournaal vermeld zal worden;
bepaalt dat appellante uiterlijk 4 weken na heden een kopie van het volledige procesdossier (de stukken van de eerste aanleg met inbegrip van de producties en de appeldagvaarding) in tweevoud zal indienen bij het hof (roladministratie – team handel);
bepaalt dat partijen uiterlijk 2 weken vóór de dag van de comparitie de stukken waarop zij voor het overige een beroep zouden willen doen, in kopie over zullen leggen door toezending aan het hof (roladministratie – team handel) en de wederpartij;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door J.C.W. Rang, J.W. Hoekzema en A.R. Sturhoofd en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.