Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
datnakoming van de exploitatieplicht leidt tot niet-nakoming van de met derden getroffen regelingen. De grief faalt.
Gerechtshof Amsterdam
HBC huurt sinds 2016 winkelruimte van [X] in winkelcentrum De Barones voor 20 jaar. De huurovereenkomst bevat een exploitatieverplichting voor de eerste vijf jaar, met nadere bepalingen over gebruik en openingstijden. [X] vordert dat HBC de exploitatie voortzet en sluitingsaankondigingen rectificeert. De kantonrechter wijst deze vorderingen toe en legt dwangsommen op.
HBC gaat in hoger beroep tegen dit vonnis en betwist onder meer de inhoud van de exploitatieplicht, haar handelwijze jegens [X], en de opgelegde dwangsommen. Het hof oordeelt dat HBC onvoorwaardelijk gehouden is tot exploitatie tijdens openingstijden en dat zij ernstig tekort is geschoten in het betrekken van [X] bij haar sluitingsplannen. HBC heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat exploitatie onmogelijk is of dat zij niet over middelen beschikt.
Het hof wijst de grieven van HBC af, bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt HBC in de proceskosten. De incidentele vorderingen van HBC tot schorsing van de uitvoerbaarheid worden afgewezen. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en op 26 november 2019 uitgesproken.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat HBC verplicht tot exploitatie van de winkelruimte tot 1 september 2021 en wijst de incidentele vorderingen van HBC af.