Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
Hof: zie 2.3]. Deze hebben bij verkoop kubieke meterprijzen gerealiseerd van respectievelijk € 661, € 661 en € 765. De door verweerder aan de woning toegekende kubieke meterprijs van € 645 acht de rechtbank dan ook niet te hoog. Daarbij overweegt de rechtbank dat als onvoldoende weersproken het volgende is komen vast te staan. Nummer [1] is een maand voor de waardepeildatum in zeer gedateerde staat verkocht voor € 100.000. Nummer [2] betreft een flat in eenvoudige staat en is enkele maanden voor de waardepeildatum verkocht voor € 95.000. Dit betreft de laagste transactie in het complex. De WOZ-waarde van de woning staat naar het oordeel van de rechtbank dan ook in een juiste verhouding tot deze verkopen. De rechtbank concludeert dan ook dat verweerder met de overgelegde matrix en de hierop ter zitting gegeven toelichting aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.