ECLI:NL:GHAMS:2019:4593
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting ondanks betwisting terbeschikkingstelling auto
Belanghebbende werd een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd over de periode van 5 juli 2012 tot en met 28 oktober 2015, inclusief een boete. De rechtbank had de boete verminderd van €5.048 naar €1.000, maar de naheffingsaanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde dat de auto feitelijk ter beschikking stond aan zijn dochter in Polen en niet aan hem.
Het Hof onderzocht of belanghebbende aannemelijk had gemaakt dat de auto niet gedurende het gehele tijdvak aan hem ter beschikking stond. Hoewel belanghebbende verklaringen overlegde van zijn dochter en haar buren, ontbrak objectief bewijs zoals tankbonnen of betalingsbewijzen. Ook stond het kenteken op naam van zijn echtgenote, niet van de dochter.
Het Hof concludeerde dat belanghebbende niet voldeed aan de bewijslast om het vermoeden te weerleggen dat hij de auto ter beschikking had. De boete van €1.000 werd passend geacht gezien de omstandigheden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag en boete omdat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de auto niet gedurende het gehele tijdvak aan hem ter beschikking stond.