Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het hoger beroep
€ 620+
€ 2.848+
€ 395-/-
€ 4.973-/-
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting 2015 waarbij geen aftrek voor specifieke zorgkosten was verleend. Na bezwaar werd de aanslag verminderd, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of belanghebbende recht had op aftrek voor uitgaven voor andere hulpmiddelen, zoals batterijen voor een hoorapparaat, en voor extra kleding en beddengoed voor hemzelf en zijn echtgenote. De rechtbank wees beide aftrekposten af vanwege onvoldoende bewijs en het ontbreken van een verklaring voor het jaar 2015.
In hoger beroep overwoog het hof dat de verklaring van de huisarts, hoewel gedateerd in 2013-2014, aangaf dat de aandoeningen sinds 2010 permanent waren. Dit maakte aannemelijk dat de aandoeningen ook in 2015 bestonden. De inspecteur betwistte dit niet. Het hof kende daarom de aftrek voor extra kleding en beddengoed toe, maar bevestigde het oordeel van de rechtbank dat geen aftrek voor batterijen voor het hoorapparaat kon worden verleend.
Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond, en stelde het belastbaar inkomen uit werk en woning vast op € 9.579. Tevens veroordeelde het hof de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en vermindert de aanslag IB/PVV 2015 tot een belastbaar inkomen van € 9.579 met aftrek voor extra kleding en beddengoed.