ECLI:NL:GHAMS:2019:4715
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding voor onterechte voorlopige hechtenis en rechtsbijstand
Verzoeker heeft een schadevergoeding gevraagd wegens de ondergane verzekering en voorlopige hechtenis in een strafzaak die zonder strafoplegging is geëindigd. De voorlopige hechtenis duurde van 19 juli 2016 tot 12 oktober 2017, deels in Hongarije en deels in Nederland. Het hof heeft vastgesteld dat de standaardvergoeding primair immateriële schade dekt, maar dat bij voldoende onderbouwing ook materiële schade kan worden vergoed.
Verzoeker heeft een forfaitaire vergoeding gevraagd, vermenigvuldigd met factor 2, maar het hof oordeelde dat de aangevoerde omstandigheden onvoldoende waren om van de standaardvergoeding af te wijken. Wel acht het hof gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van een vergoeding van €36.485 voor de voorlopige hechtenis.
Daarnaast is een vergoeding van €550 toegekend voor de kosten van rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure. Het hof wees andere of hogere verzoeken af en beval de onmiddellijke betaling van het totaalbedrag van €37.035.
Uitkomst: Verzoeker ontvangt een schadevergoeding van €36.485 voor voorlopige hechtenis en €550 voor rechtsbijstandskosten.