ECLI:NL:GHAMS:2019:4728
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet ontvankelijkheid hoger beroep inzake erkenning Amerikaanse vaderschapsbeslissingen en vaststelling geboortegegevens
Verzoekers, een gehuwd stel uit Australië, hadden via een draagmoeder in Hawaii twee kinderen gekregen en lieten het vaderschap en adoptie juridisch vaststellen door het Family Court in Hawaii. Zij verzochten de Nederlandse rechtbank om erkenning van deze Amerikaanse vaderschapsbeslissingen en vaststelling van de geboortegegevens in de Nederlandse registers.
De rechtbank wees het primaire verzoek tot erkenning van de Amerikaanse vaderschapsbeslissingen af wegens strijd met de openbare orde en hield verdere beslissingen aan. Verzoekers gingen hiertegen in hoger beroep en stelden dat de bestreden beschikking een deelbeschikking was waartegen hoger beroep mogelijk was.
Het hof oordeelde dat de bestreden beschikking een tussenbeschikking betrof, omdat de uiteindelijke beslissing over de inschrijving van geboortegegevens nog niet was genomen. Omdat hoger beroep tegen een tussenbeschikking alleen mogelijk is samen met de eindbeschikking of indien de rechtbank dat toestaat, en geen van beide het geval was, verklaarde het hof het hoger beroep niet ontvankelijk.
Het hof benadrukte dat de erkenning van de Amerikaanse vaderschapsbeslissingen onderdeel is van een breder verzoek tot vaststelling en inschrijving van geboortegegevens, en dat het primaire verzoek niet als zelfstandige inzet van het geding kan worden gezien. De beschikking werd op 31 december 2019 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk omdat de bestreden beschikking een tussenbeschikking betreft.