ECLI:NL:GHAMS:2019:4733
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake vaststelling hogere jaarbeloning bewindvoerder wegens problematische schulden
De bewindvoerder was benoemd om het bewind te voeren over de goederen van betrokkene vanwege haar lichamelijke of geestelijke toestand. De kantonrechter had het verzoek van de bewindvoerder om een hogere jaarbeloning toe te kennen vanwege problematische schulden afgewezen, omdat volgens het beleid van de rechtbank minder dan vijf schuldeisers aanwezig waren en de bewindvoerder onvoldoende had gemotiveerd waarom er toch sprake zou zijn van problematische schulden.
De bewindvoerder ging in hoger beroep en stelde dat betrokkene een schuldenlast van ruim €38.000 had en leefde van een bijstandsuitkering, waardoor zij haar schulden niet kon betalen. Bovendien was betrokkene toegeleid naar schuldhulpverlening en schuldsanering, wat volgens de toelichting bij de Regeling zonder meer problematische schulden betekent. De kantonrechter had volgens haar onterecht het verzoek afgewezen.
Het hof oordeelde dat de toelichting bij de Regeling duidelijk maakt dat problematische schulden niet alleen afhangen van het aantal schuldeisers of de hoogte van de schuld, maar ook van de financiële situatie en extra werkzaamheden van de bewindvoerder. Omdat betrokkene al toegeleid was naar schuldhulpverlening en schuldsanering, was er zonder meer sprake van problematische schulden.
Daarom vernietigde het hof de beschikking van de kantonrechter en stelde de hogere jaarbeloning van de bewindvoerder met ingang van 31 mei 2018 vast overeenkomstig artikel 3 lid 2 sub b van Pro de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof stelt de hogere jaarbeloning van de bewindvoerder vast met ingang van 31 mei 2018 wegens problematische schulden.