ECLI:NL:GHAMS:2019:4784
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk in vordering ontneming na vrijspraak verdachte
Het openbaar ministerie had in eerste aanleg gevorderd dat verdachte werd verplicht tot betaling van een geldbedrag van €1.250 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank had verdachte veroordeeld voor diefstal met gebruik van een valse sleutel en de ontnemingsvordering toegewezen.
Verdachte stelde hoger beroep in tegen zowel de straf- als de ontnemingsvonnissen. Het gerechtshof Amsterdam sprak verdachte bij arrest van 4 september 2019 vrij van alle ten laste gelegde feiten in de strafzaak. Hierdoor was het openbaar ministerie niet langer ontvankelijk in zijn vordering tot ontneming.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering. Dit arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 4 september 2019.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wegens vrijspraak van verdachte.