In hoger beroep is de verdachte veroordeeld voor het opzettelijk nalaten van tijdige en juiste informatieverstrekking aan het UWV over werkzaamheden en inkomsten gedurende de periode van 30 november 2015 tot en met 27 maart 2016. Hierdoor ontving hij onterecht WW-uitkeringen en toeslagen.
Het hof stelde ambtshalve de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie vast ondanks het relatief lage nadeelbedrag van €1.154,20, vanwege eerdere onbetaalde boetes en de onwaarschijnlijkheid van terugbetaling. De bewezenverklaring betrof het herhaaldelijk niet melden van inkomsten, in strijd met de inlichtingenverplichting op grond van de Werkloosheidswet en de Toeslagenwet.
De verdachte werd eerder veroordeeld tot 18 dagen gevangenisstraf. In hoger beroep werd rekening gehouden met persoonlijke omstandigheden, waaronder financiële en geestelijke problemen en beschermingsbewind. Daarom legde het hof een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 18 dagen op met een proeftijd van twee jaar, om de verdachte de kans te geven zijn situatie te verbeteren en herhaling te voorkomen.