ECLI:NL:GHAMS:2019:4878
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM in ontnemingsvordering wegens fiscale misdrijven
De veroordeelde werd eerder veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf wegens gewoontewitwassen en wapenbezit. Het openbaar ministerie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat op ruim € 559.000 plus vervolgprofijt. De rechtbank stelde het wederrechtelijk voordeel echter op nihil vast. Het hof vernietigt dit vonnis en komt tot een andere beslissing.
In hoger beroep stelt de advocaat-generaal dat de kasopstelling uit het Strafrechtelijk Financieel Onderzoek voldoende grond biedt voor ontneming. De raadsman betwist dit en voert aan dat het voordeel voortkomt uit niet aan de fiscus opgegeven inkomsten, waarop de ontnemingswetgeving niet van toepassing is.
Het hof overweegt dat de strafbare feiten dateren van vóór 1 juli 2011, waardoor de oude tekst van artikel 36e Sr van toepassing is. Uit het strafdossier blijkt dat de veroordeelde inkomsten heeft gegenereerd uit belastingontduiking, die zijn vermengd met legale inkomsten. Er is geen aanwijzing dat het witwassen of wapenbezit hem voordeel heeft opgeleverd. Omdat het voordeel voortkomt uit fiscale misdrijven, is het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.