Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
Het College is van oordeel dat niet is gebleken dat appellant onvoldoende is begeleid en dientengevolge een onvoldoende beoordeling voor haar Stage heeft behaald”.
Gerechtshof Amsterdam
Appellante volgde een HBO-opleiding Commerciële Economie aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA) en liep een verplichte stage van 20 weken bij een drogisterijgroothandel. Na een negatieve beoordeling van haar stage maakte zij bezwaar tegen de stagebeoordeling, stellende dat HvA tekortgeschoten was in de begeleiding. Dit bezwaar en het daarop volgende hoger beroep werden ongegrond verklaard.
Appellante vorderde vervolgens schadevergoeding wegens loonverlies, collegegeld en studievertraging. De kantonrechter wees de vordering af wegens onvoldoende onderbouwing en causaliteit. In hoger beroep betoogde appellante dat de kantonrechter de vordering had moeten toewijzen bij gebrek aan verweer van HvA, maar het hof oordeelde dat het verweer van HvA in appel meeweegt.
Het hof overwoog dat appellante niet heeft aangetoond dat HvA toerekenbaar tekortgeschoten is in de begeleiding. Uit stukken blijkt dat het stageplan niet vooraf was goedgekeurd en dat er uitvoerige kritiek was, waaraan appellante geen gehoor gaf. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde appellante in de kosten.
Uitkomst: De schadevordering van de studente wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van tekortschieten in de stagebegeleiding.