ECLI:NL:GHAMS:2019:499

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 februari 2019
Publicatiedatum
21 februari 2019
Zaaknummer
200.252.316/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 351 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep in kort geding over verzet en schorsing tenuitvoerlegging vonnis

D&F Partners B.V. is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis in verzet in kort geding van de kantonrechter Noord-Holland. De appellant vordert vernietiging van het bestreden vonnis, alsnog ontvankelijkheid in het verzet en toewijzing van haar vorderingen, met veroordeling van de geïntimeerde in kosten. Tevens verzoekt D&F Partners om schorsing van de tenuitvoerlegging van een eerder verstekvonnis.

De geïntimeerde heeft verweer gevoerd tegen de incidentele vordering en verzocht deze af te wijzen of ongegrond te verklaren, met veroordeling van D&F Partners in de kosten van het incident. Het hof heeft vanwege spoedeisendheid in een kop staart arrest uitspraak gedaan.

Het hof wijst de incidentele vordering van D&F Partners af en houdt de beslissing over proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol van 5 maart 2019 voor beraad van partijen, waarbij verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitkomst: Het hof wijst de incidentele vordering af en verwijst de hoofdzaak naar de rol voor verdere behandeling.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.252.316/01 KG
zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland : C/15/276193 / KG ZA 18-524
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 19 februari 2019
inzake
D&F Partners B.V.,
gevestigd te Beverwijk,
appellante in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat: mr. H.D. Wind te Amsterdam,
tegen
[geïntimeerde],
wonend te [woonplaats] ,
geïntimeerde in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
advocaat: mr. T.G. Gijtenbeek te Amsterdam.

1.Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna D&F Partners en [geïntimeerde] genoemd.
D&F Partners is bij dagvaarding van 18 december 2019 in hoger beroep gekomen van het vonnis in verzet in kort geding van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland (hierna: de kantonrechter), van 4 december 2018 (hierna: het bestreden vonnis), (onder voormeld zaak-/rolnummer) gewezen tussen D&F Partners eiseres in het verzet/eiseres in reconventie en [geïntimeerde] als gedaagde in het verzet/verweerder in reconventie.
De appeldagvaarding, met producties, bevat de grieven en een incidentele vordering strekkende tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis waarvan verzet, bij verstek gewezen door de kantonrechter in kort geding op 7 augustus 2018 (hierna: het verstekvonnis) – naar het hof begrijpt - op de voet van artikel 351 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
In de hoofdzaak concludeert D&F Partners tot vernietiging van het bestreden vonnis, haar alsnog ontvankelijk te verklaren in het verzet en haar vorderingen, ook in reconventie, alsnog toe te wijzen, met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties, een en ander uitvoerbaar bij voorraad.
[geïntimeerde] heeft hierop in het incident geantwoord en geconcludeerd dat het hof D&F Partners niet-ontvankelijk verklaart in haar incidentele vordering, althans de incidentele vordering zal afwijzen dan wel ongegrond zal verklaren, met veroordeling – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – van D&F Partners in de (na)kosten van het incident.
Vervolgens is arrest gevraagd in het incident.
Vanwege de spoedeisendheid van de zaak zal het hof uitspraak doen door middel van een kop staart arrest en zal de motivering van de beslissing zo spoedig mogelijk volgen.

2.Beoordeling (volgt later)

3.Beslissing

Het hof:
in het incident:
wijst de vordering van D&F Partners af;
houdt de beslissing over de proceskosten aan totdat in de hoofdzaak eindarrest zal worden gewezen;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rol van 5 maart 2019 voor beraad partijen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.J.M. Smit, J.C.W. Rang en C.C. Meijer en is door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2019.