Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Hof: die zijn vermeld in 1.1] in rekening zijn gebracht.”
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende had de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2012 en 2013 niet tijdig betaald, ondanks aanmaningen. De ontvanger bracht daarom bij de dwangbevelen betekeningskosten in rekening, welke belanghebbende betwistte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat sprake was van een uitzonderlijke situatie conform artikel 75.7 van de Leidraad Invordering 2008, omdat hij financieel niet in staat was de kosten te voldoen en de ontvanger hiervan op de hoogte was, onder meer door gedwongen woningverkopen. Het hof oordeelde dat artikel 75.7 slechts vermindering van kosten op schriftelijk verzoek mogelijk maakt in situaties zonder verwijtbaarheid. Hier was sprake van verwijtbaar gedrag, omdat belanghebbende te hoge voorlopige teruggaven had ontvangen, deze niet had aangepast en geen reserveringen had getroffen.
Het hof concludeerde dat de ontvanger terecht de kosten in rekening bracht en dat geen sprake was van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel of andere algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de in rekening gebrachte betekeningskosten bevestigd.