ECLI:NL:GHAMS:2019:5061
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling voor opzettelijke belediging politieambtenaar
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk beledigen van een politieambtenaar. De verdachte was gedetineerd en voerde meerdere verweren aan, waaronder het ontbreken van opzet vanwege het gebruik van pepperspray en het ontbreken van een openbare belediging.
De raadsman van verdachte stelde dat het bespugen niet met opzet was gebeurd en dat het incident niet in het openbaar had plaatsgevonden. Ook werd een vormverzuim aangevoerd omdat pepperspray onrechtmatig was gebruikt voorafgaand aan het incident. Het hof oordeelde dat het bewijs, waaronder verklaringen van twee politieambtenaren, duidelijk maakte dat verdachte wel degelijk met opzet had gespuugd en dat het incident niet direct na het pepperspraygebruik plaatsvond.
Verder stelde het hof vast dat het wettelijk kader van artikel 266 Sr Pro geen openbaar karakter vereist voor een strafbare belediging. Het aangevoerde vormverzuim werd eveneens verworpen omdat de pepperspray niet ter zake van het ten laste gelegde feit was gebruikt.
Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter en voegde artikel 63 Sr Pro toe aan de toepasselijke wettelijke voorschriften, waarmee de veroordeling van verdachte werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling van verdachte voor opzettelijke belediging van een politieambtenaar.