ECLI:NL:GHAMS:2019:5063
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens onduidelijkheid toepassing artikel 197 Sr in hoger beroep
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter inzake het verblijf van verdachte als ongewenst vreemdeling, heeft het hof het vonnis vernietigd en het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard. De zaak betreft het vermeende verblijf van verdachte op 9 december 2015 te Zaandam terwijl hij een inreisverbod had.
De advocaat-generaal voerde aan dat de reikwijdte van artikel 197 Sr Pro onduidelijk is en dat het Hof van Justitie van de EU nog geen definitieve uitspraak heeft gedaan over prejudiciële vragen die door de Hoge Raad zijn gesteld. Gezien het tijdsverloop en de geringe ernst van het misdrijf acht het OM vervolging niet langer zinvol.
Het hof overwoog dat de beantwoording van de prejudiciële vragen essentieel is voor de beoordeling en dat het niet waarschijnlijk is dat het Hof van Justitie spoedig uitspraak doet. Bovendien is het strafrechtelijk belang bij voortzetting van de vervolging afwezig. Daarom volgt het hof het standpunt van het OM en verklaart het OM niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging wegens onduidelijkheid over de reikwijdte van artikel 197 Sr en het ontbreken van een strafrechtelijk belang.